meer info
Home > grondstoffen > resc - Panels > Sluiten grondstoffen mee de modecirkel 2

Sluiten grondstoffen mee de modecirkel? (2)

Sociale boetieks

Het enthousiasme van (jonge) ontwerpers voor duurzame mode krijgt heel wat te verduren, vertelden de experts ons:

  • duurzame textielstoffen zijn (vooralsnog?) veel duurder dan doorsnee stoffen. Versta ‘veel’ als ‘minstens dubbel zo duur’;
  • de minimum aankoophoeveelheid is een hoge horde om te nemen. We vroegen ons in het vorige blogbericht over dit panel niet zomaar af of een groothandel in duurzaam textiel een goed idee zou zijn;
  • beide factoren zorgen er samen voor dat ‘duurzame mode’ ook ‘dure mode’ is. Kledingstukken van duurzame stoffen kosten beduidend meer.

 

Duidelijk een brug te ver voor de doorsnee consument die doorgaans al weinig aandacht heeft voor duurzame kledingstukken. En daar gaat dan de aanvankelijke geestdrift van de mode-ontwerper.

Edwin Maes van Centexbel kwam met een even verrassende als inspirerende suggestie: waarom creëren we geen ‘sociale boetieks’?

Hoe dat moet werken? De overheid subsidieert een deel van de hoge huurprijs van de winkelruimte; een belangrijke factor in de winkelprijs van een kledingstuk. Zo kan de boetiekhouder de duur aangekochte duurzame kledingstukken aan een normale prijs verkopen en toch zijn winstmarge behouden.

Als sociale huisvesting gezinnen stimuleert om te investeren in een eigen woning, waarom zouden sociale boetieks consumenten dan niet kunnen aanzetten om voor duurzame mode te kiezen? Zo verhoog je ook de kennis van de eigenschappen en kwaliteiten van duurzame kledingstukken.

Deze aanpak hoeft trouwens niet op de begroting te wegen. Het volstaat subsidies, die nu al voor ‘duurzaamheidsprojecten’ worden uitgetrokken, te verleggen richting dit type van kledingwinkels.

Het is allemaal de schuld van de fournituren

Een basisprincipe voor de grondstoffenschakel in de modeketen luidt: “Use somebody else’s waste”. Makkelijker gezegd dan gedaan, opperde diezelfde Erwin Maes.

Een voorbeeld ? Centexbel doet onder andere Oeko-Tex-certificatie (*) waaronder testen op gerecycleerde polyesters. Die halen meestal niet die Oeko-Tex-normen. Zelfs niet de wettelijke normen, die nochtans minder streng zijn. De reden is dat kledingafvalstromen totaal niet onder controle zijn. Nochtans een must als je ‘somebody else’s waste’ wil gebruiken.

Onze expert merkte ook op dat bij recycling het accent vrijwel altijd op de stoffen ligt. We mogen echter de ‘fournituren’ niet vergeten.

De wat? De fournituren:

  • coatings van stoffen die mee verwerkbaar moeten zijn maar die je onmogelijk kunt scheiden van de basisstof.
  • (druk)knopen
  • ritsen (en de stof errond)
  • touwtjes
  • (metalen) studs van kappen

 

Alle onderdelen van een kledingstuk moeten samen gerecycleerd kunnen worden.

Rond de tafel was men het eens dat 3D-printen hier een oplossing kan bieden. Er komen voor 3D-printers steeds meer herbruikbare of afbreekbare materialen op de markt. Het procédé is ook betaalbaar en biedt het voordeel van lage oplages net zoals breimachines die volledig afgewerkte producten kunnen maken zonder afval én recycleerbaar.

Een idee voor de Antwerpse modesector?

 

(*) De Oeko-Tex-certificatie is in Duitsland een groot succes bij de consument hoewel het geen wettelijk verplicht label is. Het is een gezondheidslabel dat garandeert dat de stoffen niet allergeen en niet kankerverwekkend zijn. In België is het nauwelijks bekend.

Edwin Maes - Centexbel
Deel deze pagina

Reactie toevoegen